In het achterhuis wordt Anne Frank verliefd op Peter van Pels. Van hem krijgt zij haar eerste zoen. Ze vraagt zich wel af of haar ouders dat wel goed vinden...
'Geloof jij dat vader en moeder het zouden goedkeuren, dat ik op een divan zit te zoenen, een jongen van zeventien en half en een meisje van haast vijftien? Ik geloof eigenlijk van niet, maar ik moet me in deze maar op mezelf verlaten. Het is zo rustig en veilig in zijn armen te liggen en te dromen, het is zo opwindend zijn wang tegen de mijne te voelen, het is zo heerlijk te weten, dat er iemand op me wacht.’
Dagboek van Anne Frank, 17 april 1944